Mijn reis naar herstel,  Ondersteuning,  persoonlijk

Perfectionisme: de oorzaak van mijn eetstoornis

Mijn perfectionisme heeft mijn leven in het verleden niet altijd makkelijk gemaakt. Ik vond het altijd fijn om iets opvallend goed te kunnen of om erbij te horen. Aandacht en waardering was heel belangrijk voor mij en daar hechtte ik veel waarde aan. Ik onthield dus ook vooral de dingen waar ik niet goed in was en hetgeen wat mensen niet goed aan mij vonden. Rond mijn puberteit ontwikkelde ik een eetstoornis en op latere leeftijd kreeg ik last van een angststoornis. Één oorzaak van beide problemen was mijn innerlijke control freak. In dit artikel vertel ik jullie graag over mijn ervaringen en de manieren die ik gebruik om de omgang met mijn perfectionisme dragelijk te maken.

Aandachttrekker 

Ik ben altijd al een heel erg aanwezig persoon geweest. Wat sommige mensen soms kunnen ervaren als (heel erg) irritant. Inmiddels zie ik dit niet meer als iets negatiefs, maar eerder als iets positiefs. Ik kan gewoon ontzettend enthousiast zijn en uit impulsiviteit mezelf in situaties brengen die andere mensen misschien als vervelend kunnen ervaren (karaoke zingen in een heavy-metal bar o.i.d.). Aandachttrekker is dan vaak het woord wat mensen gebruikten om mij te omschrijven en daar heb ik in het verleden best wel last van gehad.

In de klas was ik altijd haantje de voorste, wat betekende dat ik vaak het slachtoffer was van pesterijen. Door mijn hooggevoeligheid had ik daar enorm veel last van. Lees in dit artikel meer over hoe mijn hooggevoeligheid zich uitdrukt. Dat ik het mij te veel aantrok, dacht ik niks aan te kunnen doen. Maar aan de stempel die ik had gekregen wel. Nadat ik een aantal keren ‘dik’ was genoemd, en mijn leeftijdsgenoten zagen dat ze mij daar mee raakte, besloot ik daar iets aan te gaan veranderen.

Waarom iemand dik noemen niet grappig is 

Als iemand mij nu ‘dik’ noemt, dan show ik met trots mijn zogenaamde foodbaby. Ik weet dat ik niet dik ben, maar toen ik 13 was wist ik dat niet. Ik nam deze opmerking veel te serieus, waardoor ik onzeker werd. Ik denk dat iedereen weleens een periode in zijn of haar leven heeft dat je het liefst een zak over je hoofd heen wilt trekken, als je bijvoorbeeld de supermarkt betreedt. Dat heb ik nu nog steeds weleens. Wist je dat ik pas vanaf mijn 20ste last kreeg van puistjes en ik echt struggle met het krijgen van een egale huid? Dit vind ik super vervelend en soms schaam ik me dood! Maar ik ben blij dat dit nu het enigste is waar ik écht onzeker over ben. Dat is namelijk niet altijd zo geweest.

Op de middelbare school is het blijkbaar stoer en grappig om een meisje ‘dik’ of ‘lelijk’ te noemen. Kinderen zijn zo gemeen. Ik ben geen kinderpsycholoog, dus ik heb geen idee waarom kinderen dit doen! Ikzelf heb dit in ieder geval nooit gesnapt. Sure, ik was ook echt niet perfect. De pesterijen zorgden er namelijk voor dat ik later op het MBO eerder de ‘pester’ was in plaats van degene die gepest werd. Puur om mezelf te beschermen. En nee, daar ben ik niet trots op!

Boulimia 

In mijn puberteit was ik nooit tevreden met mijn lichaam. Ik kon niet genieten van eten en ik vond het lastig om het verschil te zien tussen een maaltijd en een tussendoortje. Waarom is een maaltijd wél goed en een tussendoortje niet? Het was alles of niks, in mijn ogen. Ik begon dus vaak de week vastberaden met het idee dat ik zo min mogelijk ging eten. Ik mocht van mezelf in de ochtend een crackertje en in de avond  mocht ik deelnemen aan het avondeten. Had ik overdag ‘teveel’ gegeten (van mezelf), dan moest ik het uitspugen. Deze routine hield lang stand en ging gepaard met periodes van vreetbuien. Soms hield ik het vol om een paar dagen niks te eten, waarna ik zulke vreetbuien kreeg dat ik alles at wat los en vast zat.

Zo heb ik van mijn 13de tot mijn 18de last gehad van boulimia. Door middel van therapie en uiteindelijk sport, heb ik er nu sinds een paar jaar geen last meer van. Natuurlijk ontwikkelde deze eetstoornis zich niet alleen doordat leeftijdsgenoten mij ‘dik’ noemden, dit had ook te maken met mijn negatieve zelfbeeld, gebeurtenissen in mijn opvoeding, maar vooral met controle. Hoe dan ook, het is niemand zijn schuld. Maar pas er toch mee op als je iemand ‘voor de grap’ dik noemt. Je weet nooit wat er in het hoofd van een ander speelt, een eetstoornis is goed te verbergen! Mijn tip: vertel niemand ongevraagd je mening over zijn/haar lichaam!

Omgaan met je inner control freak 

Niet alles hoeft perfect, maar dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan! Op deze manier probeer ik mezelf er af en toe aan te herinneren dat niemand, waaronder ik, perfect kan zijn en het menselijk is om fouten te maken.

Prioriteiten stellen

Wat vind ik nou écht belangrijk? Want niet alles wat ik doe is even belangrijk! Wat zijn mijn normen en waarden? Waar word ik gelukkig van? Voorheen probeerde ik sommige dingen niet, omdat ik bang was om te falen. Inmiddels weet ik dat falen niet erg is, want zonder falen groei je niet verder en bereik je dus ook niet hetgeen wat je écht belangrijk vindt.

Het alles-of-niets denken vermijden

Ook wanneer ik soms maar gedeeltelijk mijn doel bereik, kan dit een goed resultaat zijn. Bedenk haalbare doelen voor jezelf. Verwacht niet dat, wanneer je bijvoorbeeld wilt afvallen, je na een week tijd al 10 kilo kwijt bent! Ook al is het maar 1 kilo, dat is ook goed!

Confronteer jezelf met de angsten die je perfectionisme voeden

Stel jezelf de vraag waar je bang voor bent, of wat het ergste is dat je kan overkomen. Ga ik er dood aan? Nee! Niks om bang voor te zijn dus!

Vraag anderen om hulp

Wanneer je weet dat je perfectionistisch bent, is het juist de kunst om met net iets minder ook tevreden te zijn. Wanneer je dit moeilijk vindt, kan je ook aan iemand anders vragen, die op de hoogte is van jouw perfectionisme, om je te helpen relativeren. Niemand is namelijk perfect!

 

Onthoud dat, niemand of niets is perfect. Je perfectionisme dus ook niet!

 

Kusjes,

Tara

 

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *